maandag 22 februari 2021

Een maand.




Rouwen is hard werken, het is stilstaan en vooruit gaan.

En geen van beiden kies ik zelf.

Het is een sluier die over mij heen ligt.
Mijn Verdriet veilig houdt, mijn nieuwe metgezel, die aan mij plakt en vlekken op mijn kleren maakt. 
Mijn Verdriet is trouw. Ze wijkt niet. Wacht mij op.
Ze slaapt bij mij, doucht met mij, eet met mij uit hetzelfde bord. Vermoeit mij.

Ze is van mij, hoort bij mij. Ik wil haar voelen van mijn vingertoppen tot aan de puntjes van mijn tenen. Ik wil niet ontzien worden, wil haar niet aan anderen overgeven. Ik wil haar beleven, haar dragen als een mantel. Haar enkel onthullen op mijn voorwaarden, op mijn tijd, mijn moment.

Ze is heilig, duwt mij, vernietigt wie ik was.
Als ik in haar struikel, naar die plek ga waar enkel herinneringen en twijfels leven bedekt zij mij, houdt mij stevig vast.
Ze is van mij, ik koester haar totdat ze zachter wordt, ik haar in mijn zak kan steken als iets kostbaar, als woorden die ik zal neerschrijven, fluisteren, roepen. 

Ik heb pijn, ik heb pijn,ik heb pijn. En. Ik mis jullie, ik mis jullie, ik mis jullie.


                                         











maandag 3 augustus 2020

De grote wilde moeder

De zomer is omgevlogen en als ik denk aan onze vakantie in Denemarken dan denk ik aan de avond dat Isabelle en ik op het strand liepen.

De zee was wild, de golven kwamen snel op ons af en trokken zich even snel terug.
"Je moet altijd voorzichtig zijn met de zee, Belle. Ook al lijkt ze rustig dan nog kan ze gevaarlijk zijn. De zee is als een grote wilde moeder." probeer ik haar uit te leggen.
Ze kijkt naar mij en lacht vlug " zoals jij mama!"
Ik lach naar haar, mijn kleine, slimme dochter.

Een grote, wilde moeder zijn, het zal niet altijd de perfecte, beheerste moeder zijn maar een moeder die haar best doet om haar leven voluit te leven ondanks de angsten die haar soms doen bibberen.
De moeder die soms impulsief kan zijn maar geen cm wijkt als haar geliefden haar nodig hebben.  Soms is ze kalm en rustig maar zelden saai. Ze vergeeft snel maar vergeet niet en is bereidt om te onderhandelen. Geeft haar fouten toe en leert haar kinderen om zichzelf niet te serieus te nemen.

En als haar kinderen willen dan wil ze graag haar schatten met hen delen die diep in haar verborgen zitten in de vorm van verhalen. Verhalen die ze kunnenn ontvouwen, als een kaart die hen de weg naar huis wijst in dit zotte leven.





Alleen zijn

Alleen zijn verbergt pareltjes in zich maar ik merk dat ik, voordat ik de parels vind, vaak door een gevoel van afwijzing moet. Alsof ik wakker word en niet begrijp dat er geen mensen rond mij zijn, niet iemand die mijn hulp of aandacht nodig heeft. Dat ik alleen door dit bos wandel met enkel mijn water, schrift en pen bij de hand. Dat het mij angst aanjaagt omdat ik weet dat “goede” meisjes niet alleen door een bos wandelen, zich niet blootstellen aan gevaar, voorzichtig zijn en zichzelf veilig stellen. Dat ik net zo goed thuis kan schrijven, in mijn tuin, VEILIG. Ik zucht, duw de stem van mijn moeder van mij af en wandel verder, ik zit in het sportbos van Genk, niet ergens alleen in het amazonewoud, grommel ik op mezelf.
En dan, het bos is ook van mij. Ik mag hier rondlopen, alleen zonder bang te zijn maar ik merk hoe mijn oren zich spitsen op elke eikel die geluid maakt.
Ik stap nog wat sneller en vind een plek om te zitten, onder een mooie boom, in het zicht maar niet te opvallend en schrijf, schrijf over mezelf, over het bos, de afwijzing, diep verdriet.
In eenzaamheid vind ik mezelf, in stilte kan ik mijzelf weer horen en kan ik weer op adem komen.

Waarom doe ik het dan zo weinig, vraag ik mezelf af. Ik heb de neiging om mezelf te omringen met veel en interessante mensen. Draai lustig mee op de carrousel, geniet van de wind in mijn haar en de luide muziek totdat ik er helemaal mee vol zit. Van het topje van mijn tenen tot mijn kruin vol van gesprekken, meningen, hulpvragen, ideeën en ik vind mijn stem niet meer. Ik moet de stilte in om haar te vinden tussen het ruis van de wereld en als ik haar vind ziet ze eruit als een verfomfaaid vogeltje. Ze kijkt mij verongelijkt aan en ik neem haar op schoot, strijk de veren glad en beloof voor de zoveelste keer dat ik het deze keer niet vergeten zal, dat ik de carrousel op tijd zal laten stoppen, dat ze welkom is en dat ik de muziek wat zachter zal zetten. En dan komen de woorden, de zinnen, de zachtheid naar waar ik op zoek ben, in het bos waar de wolven leven. 

maandag 21 januari 2019

De jas

"Ik vertrek nu!" roep ik naar mijn dochter die nog op haar gemak haar jas aantrekt.
"Nee, mama!" snel ritst ze haar jas dicht en holt naar buiten. Ik sluit de deur en steek de sleutel in mijn zak van de geel met zwarte jas, het is koud. Op die paar minuten is mijn dochter al naar achter in de tuin gerend en ik hoor haar "oh's" en "ah's" omdat alles bevroren is en hoe mooi het allemaal is.
"Kom, Belle, we komen te laat!"

Samen wandelen we naar school en ze vertelt over haar droom vannacht, wijst mij op een plasje dat bevroren is en zegt dat ze blij is dat wij niet bevroren zijn. Ik hou van haar gebabbel en ik wijs haar op het ijs op de bladeren en de auto's.
Als we aankomen op school, overweldigt de drukte haar en als ik afscheid wil nemen, zegt ze dat ze bij mij wil blijven, met mij wil gaan wandelen. Ik omhels haar stevig en fluister dat ik haar vanavond kom halen en dat we nog gauw gaan wandelen als ze haar choco gedronken heeft.
De bel gaat en ik vertrek.

De oude man voor mij gaat aan de kant.
"Ik hoorde jouw snelle stappen en dacht dat je haast zou hebben dus dacht ik, ik zal maar aan de kant gaan."  Hij glimlacht, we kennen elkaar van de wandelingen naar school.
"Erg, he" zeg ik "dat zelfs op mijn vrije dag ik mij nog voortdurend aan het haasten ben."
"Ach, mevrouw dat is de tijd tegenwoordig. In het zuiden is dat anders." Zegt hij, zeker van zichzelf.

Bij de splitsing nemen we afscheid en ik wandel verder, ik heb inderdaad altijd haast. Alles gaat snel, snel en ik heb steeds het gevoel dat ik achter de feiten aan loop.
In gedachten verzonken wandel ik ons huis voorbij en wandel verder naar het speeltuintje op de kleine berg. Ik zie er blikjes liggen, raap ze op en gooi ze in de vuilbak. Ik wandel verder het pad af met de zon in mijn rug. Ik kijk naar de witte huizen waar het licht zo mooi op schijnt en wandel verder, ik weet waar ik naar toe wil. Het verkeer van de school is weg en de rust keert terug. Ik wandel de heuvel op en kom langs het zwembad om dan verder de hei in te wandelen.  Het is koud maar ik hou van deze plek, van hieruit zie ik de Terril in de verte, de horizon gaat hier van zacht roze naar lichtblauw. Ik ga zitten in het zand en kijk verder, voel de stilte en de rust. Een man komt voorbij met zijn hond, het beestje komt aan mij snuffelen en ik aai hem zachtjes over zijn kop.
"Ik ben goed volk, jongen." fluister ik en hij duwt zijn kop even tegen mij aan. Als zijn baasje roept wandelt hij verder.

"Je hebt wel je nieuwe jas aan." zegt het stemmetje binnenin mij. "Straks is het vuil." Ik haal mijn schouders op, de jas is van mij, ik niet van de jas, toch?
"En je haar is vettig." gooit ze erachteraan.
Ik denk aan de vriendinnen die dit zouden toejuichen en de vriendin die mij zei dat ik met deze geel-zwarte jas altijd zwarte schoenen moet dragen en liefst mijn kledij altijd in 1 kleur. Ik glimlach, de jas lokt vele meningen uit, vooral mijn eigen mening. Hoe ik durfde om zo'n dure jas te kopen, ik hoor een andere vriendin lachen die het niet veel geld vond toen ik een tikkeltje beschaamd de prijs zei. En mijn eigen eis dat als ik deze opvallende hommel jas kocht ik er ook extra goed voor moest zorgen! Er vooral niet op een maandagochtend mee in het zand van de hei moet gaan zitten! Ik zucht, duw de vriendinnen en mijn eigen mening naar de achtergrond en kijk naar de heide die paars lijkt onder het wit, hoe mooi deze ochtend is en dat het mij niet kan schelen wat anderen vinden en vooral wat ik mezelf opleg. De jas helpt mij ermee.

"Je lijkt wel een hommeltje. "zei de collega toen ze mij tegenkwam op het werk.
"Oh?"
"Jaha, maar we houden van hommeltjes dus dat is goed. " Glimlachtte ze.
"Geen wespetaille dus. "knipoog ik maar ze luisterde al niet meer.

Ik sta op en wandel verder het pad af, achter de kerk door naar beneden, kom weer langs de school en wandel verder naar huis. Alles is stil binnenin, de vriendinnen en mijn eigen kritische stem zwijgen. Het is rustig, geen haast vandaag.

maandag 19 maart 2018

Wat wens ik voor mezelf?

“Wat wens je voor jezelf in het nieuwe jaar?” Ze leunt naar voor en kijkt mij doordringend aan.
Ik haal mijn schouders op. “Ik wens dat mijn gezin gezond blijft, vooral dat ja, gezond en dat we een rustig jaar tegemoet gaan.” Ze leunt achteruit en kijkt verveeld. Ik voel dat ik iets mis heb gezegd, dat ik niet voldoe, dat ik een veilig antwoord heb gegeven.
Het is even stil tussen ons, ik voel mijn ademhaling versnellen en wens dat ik ergens anders was. Mijn antwoord was toch niet verkeerd? Gewoon, toch?
Ze richt haar grote donkere ogen weer op mij en ik voel mij weer negen, ben er zeker van dat ze recht door mij uit kijkt en ziet dat ik eigenlijk niet veel voorstel.
Mijn lichaam verstrakt, mijn hart klopt nog wat sneller maar ik weet niet goed wat ik mis gedaan heb. Ik voel mij bevroren, begrijp niet waarom ik niet gewoon kan opstaan en vertrekken.
Ik begin zenuwachtig te praten, voel binnenin mij dat ik wil voldoen, wil goed doen, terug op een goed blaadje wil staan.
“Heb jij een fijne kerst gehad? Met familie of liever met vrienden? Lekker gegeten?” Mijn gedachten gaan razendsnel, tuimelen alle kanten op en ik voel dat er iemand binnenin mij strak naar haar reacties kijkt, is ze blij met mij? Vindt ze mij interessant? Ben ik lief genoeg? Glimlacht ze?
Dat doet ze dus niet en ik voel de onrust kloppen, wat kan ik nog meer zeggen dan wat ik gezegd heb, hoe kan ik terug veilig aan land komen?

Ze schudt haar hoofd en ik stort vanbinnen in, voel hoe er tralies voor de ramen schuiven en het kind in mij in paniek zijn handjes er omheen klemt. Dan kijkt ze mij weer aan, buigt opnieuw naar voren en vraagt mij opnieuw: “Wat wens je voor jezelf in het nieuwe jaar? Niet voor een ander maar voor jezelf! Wat wil je, hoe ga je die vermoeidheid tegen gaan? Wat ga je doen en wat ga je laten? Kom niet af met flauwe zever! Ik weet wie je bent en wat er mogelijk is!”
Ik slik en slik opnieuw, ze ziet het, ze ziet dat ik niet voldoe, niet veel waard ben en maar doe alsof ik alle antwoorden heb.
“Ik weet niet wat je wil horen!” mijn stem klinkt zwak en klagerig en ik haat mezelf zo intens, het kind binnenin mij duikt in mekaar, is doodsbang.
“Antwoord dan! Je weet het wel, je probeert niet eens!” Ze is boos en ik voel de paniek in mijzelf stijgen. Dan zucht ze en leunt weer acherover. Vanbinnen ben ik 4 en ik kan mij nergens verbergen.

Ik heb mijn blik afgewend, kijk naar de vloer. Stilletjes raap ik al mijn stukjes bijeen en probeer op adem te komen en ik word boos, voel mij betrapt en gekwetst. Ze heeft gelijk, ik weet niet hoe ik voor mezelf kan zorgen, hoe ik overeind kan blijven als de weken te snel gaan en ik mij aan strohalmen moet vastgrijpen, ik weet wat ik fijn vind maar niet hoe ik ruimte moet creeën om het te doen. Ik heb dat nooit geleerd, het is mij nooit voorgedaan, ik was te druk met kijken hoe anderen zich gedroegen zodat ik kon anticiperen op hun gedrag. Ik moest leren om veilig te zijn.

“Ik weet het wel, ik ga, ik ga terug zwemmen en schrijven.” Ze kijkt mij strak aan. Knikt kort.
Het kind heft het hoofd op, houdt haar adem in en ik begin.

“Ik ga meer plannen en voor mezelf kiezen, ik ga meer discipline inbouwen voor mezelf en mijn gezin. Ik krijg rust als mijn was gedaan is en dat het netjes is thuis. Ik ga mijzelf niet meer verdoven door op mijn gsm te zitten, meer wandelen, meer buiten komen, meer lachen en vroeger gaan slapen. Ik ga in de arena staan ook al tril ik op mijn benen en minder lui zijn. Rituelen inbouwen en ik ga de lat lager leggen, genoeg is goed genoeg.” Uitgeput laat ik mij achterover in de zetel vallen. Dit is de manier waarop ik voor mezelf zal zorgen, door alles dag per dag te nemen zonder mijzelf te verliezen maar vooral door mezelf graag te zien omdat ik weet dat ik mijn best doe, elke dag opnieuw. Ze kijkt mij nog steeds aan en ik zie iets glinsteren in haar ogen, ze knikt.
“Je doet je best, elke dag opnieuw...hou maar van jezelf dat mag, het is goed zo, je hoeft je best niet doen maar vergeet niet wat je rust geeft en doe meer van dat. Vergeet niet wat je laat sprankelen en doe meer van dat, vergeet niet om jezelf elke dag af te vragen waar je behoefte aan hebt en doe dat dan. Wees lief voor jezelf.”

Ik heb het koud en wil thuis onder mijn dekentje gaan liggen en slapen. Het kind binnenin mij gaat mee liggen, ik neem haar dicht bij mij en knuffel haar, ruik aan haar haren. Ze is rustig nu. Ik hou van je fluister ik, ze glimlacht.  

dinsdag 13 juni 2017

De sikkel

Hij zat aan tafel, klaar om bediend te worden. Zijn eten was zoals altijd op tijd, daar zorgde ze voor.
Zoals gewoonlijk keek hij haar niet aan, hij las de krant terwijl zij de tafel dekte en zijn bord vol pasta schepte.
Hij zag dat ze wat ruwer was vandaag, hoe ze met afgemeten gebaren zijn glas volschonk met wijn.
Altijd iets met die vrouw, dacht hij en hij wuifde haar weg toen ze het brood langs zijn bord legde.

Haar gedachten gingen heen en weer, hij had haar vernederd en niet voor de eerste keer! Steeds opnieuw moest ze de blikken van de andere vrouwen in het dorp verdragen. Hoe ze haar smalend aankeken, erger nog vond ze als ze haar met medelijden aankeken om dan snel hun hoofd weg te draaien als ze hun blik opving.
Maar vandaag was het nog erger geweest, hoe die hoer van een Luigina haar lachje had geveinsd terwijl ze over het hoofd van dat lelijk kind van haar had gestreeld. Ze had haar hierbij recht in de ogen gekeken. Schaamteloos. Zo goed als ze kon had ze haar hoofd recht gehouden en hooghartig teruggekeken totdat de andere vrouw haar blik neersloeg. Toch was deze overwinning niet genoeg!
Haar bloed borrelde, spetterde in haar hoofd als lava, klaar om eruit te stromen.

Hij had gegeten, was opgestaan en riep dat hij nog even een wandeling ging maken. Ze had niet eens geantwoord, ze wist waar hij naartoe ging.
Toen hij die nacht langs haar in bed kroop, stilletjes om haar niet wakker te maken was ze klaar.
Ze lag met haar rug naar hem toe, de sikkel langs haar. Ze wachtte tot hij sliep, ging langs zijn kant van het bed staan, boog zich voorover, nam zijn linkeroor vast en in één snelle beweging sneed ze zijn oor af. Het bloed in haar hoofd zakte.

Hij schreeuwde, sprong op en drukte zijn hand tegen zijn linkeroor. Verbijsterd keek hij haar aan, deze kleine vrouw, haar nachthemd rood van de bloedspetters, haar haren los en de sikkel in haar rechterhand. Ze leek wel een heks!
“Wat heb je gedaan?!” Schreeuwde hij.
“Wat ik allang had moeten doen!” Siste ze.
Hij kon haar alleen maar stom aankijken.
Traag draaide zij zich om en stak haar voeten in haar laarzen, sloeg een omslagdoek rond haar schouders en stapte de deur uit. De nacht in.

Ze wist wat ze zou doen, daar had ze over nagedacht. De carabinieri schrokken zich dood toen ze haar zagen, dachten in eerste instantie dat ze gewond was en deinsden geschrokken terug toen ze hen rustig vertelden wat ze had gedaan.
Éen agent haastte zich naar haar man om hem naar de dokter te brengen, de ander probeerde op haar in te praten.
“Pietta, je weet hoe mannen zijn...”maar voor hij kon uitpraten keek ze hem woedend aan en was hij blij dat ze de sikkel al had afgegeven.
“Hij heeft mij vernederd met die hoer!” spuwde ze hem toe. Beschaamd hield hij zijn mond, te verbijsterd om zo groffe praat te horen uit de mond van een vrouw die anders zo zachtaardig was.
Tegelijkertijd begreep hij niet dat ze zo boos kon worden om iets wat alle mannen weleens deden.
Hij schudde zijn hoofd en keek haar aan:”Pietta, ik moet je opsluiten.” Hij wist niet goed wat hij moest doen, probeerde haar blik te ontwijken. Een respectabele vrouw in de gevangenis. De wereld was gek geworden.

Zwijgend liet ze zich naar de cel brengen en stijfjes ging ze op de brits zitten
De agent schraapte zijn keel:” Wil je wat water?”
Ze antwoorde niet maar hij bracht haar een glas en een karaf water.
Drie dagen later kwam haar man haar halen. Hooghartig stapte ze uit de cel. Niemand had een woord uit haar gekregen.
Ze ging weer naar huis waar hij zijn ruwe manieren weer oppakte maar het was anders, hij was op zijn hoede. Hij wist nu tot wat ze in staat was.


zondag 4 juni 2017

Er komt altijd iets in de plaats!

Weer een vrijdagavond, ik zet "The odd life of Timothy Green" op,het is een klein pareltje van een film, geen geweld, vieze woorden of sex. Gewoon een leuke film die ik samen met de kindjes (is ene van 9 nog een kindje?) kan kijken.
Tot mijn verbazing blijven ze meekijken en de vragen vliegen in het rond:
"Waarom heeft hij blaadjes op zijn benen?"
"Gaat dat meisje hem pesten?"
"Zie je, daar, ze pesten hem! Ik zou ze allemaal slaan!"
Er wordt intens meegeleefd met Timothy.
En dan komt het moment dat Timothy na veel avonturen afscheid neemt...
"Ohnee, gaat hij dood?!" Vincent houdt zich niet in en huilt tranen met tuiten met het kussen tegen zich aangedrukt.
Isabelle ligt voor mij zachtjes te snikken en ik probeer maar uit te leggen dat het een natuurjongen is dat hij terug naar de natuur moet. Maar het afscheid valt zwaar en ze zijn zo aangedaan dat ik zelf begin te huilen. Heb ik al gezegd hoe mooi deze film is?
Met ons drie zitten we tegen elkaar aan te huilen, Timmy wordt erbij geroepen en we geven elkaar een grote knuffel.(We lijken een Disney familie🙄)
"Nooit, nooit laat ik jullie achter, mama" zegt Vincent en ik weet dat het niet waar is dat het ok is als hij het wel doet maar vanavond laat ik hem erin geloven.
Ik neem Isabelle op en breng haar naar de badkamer, we poetsen onze tanden.
"Dat was een verdrietige film,he mama."
"Ja, schat,"
"Komt die jongen nog terug als het Lente is?"
"Nee, lieveke hij moest terug naar de natuur."
Ze dubt hier een beetje over. "Weggaan is niet fijn,he mama"
"Maar er komt altijd iets voor in de plaats, lieveke." Daar is ze nog niet zeker van maar ze zal het wel leren.